Jezus ontmoeten in het evangelie van Lukas (6)

Een ontdekkingsreis in twaalf dagen

Lukas 9:51-11:13

Met 9:51 begint een nieuw gedeelte. Jezus heeft al twee keer naar zijn aankomende dood in Jeruzalem verwezen (9:22, 9:44) en wij lezers weten van het onderwerp dat Jezus met Mozes en Elia besprak (9:31). Nu de tijd van vervulling van deze woorden nadert, gaat Jezus vastberaden op weg naar Jeruzalem. De komende hoofdstukken tot zijn aankomst in Jeruzalem in hoofdstuk 19 vormt een centraal deel in het evangelie van Lukas.

9:51-10:42. De kernwoorden in dit gedeelte zijn het ontvangen van Jezus, hem navolgen en gezonden zijn om zijn missie voort te zetten. De woorden over het zenden van boden (9:52-56) moeten verbonden worden met 10:1-20 over het uitzenden van de 72, en het eerdere gedeelte van de uitzending van de twaalf in 9:1-10. Ook in de zending van de 72 neemt genezen en demonen uitdrijven een centrale plaats in. Opvallend is dat de opdracht benadrukt wordt en niet wat de discipelen hebben meegemaakt. Het lijkt wel alsof Lukas dit bewaart voor zijn tweede deel in Handelingen en nu de focus houdt op Jezus en de opdracht. De boden gaan om vrede te brengen en het goede nieuws van het koninkrijk. In de afwijzing halen die steden zelf het oordeel over zich. Uit de woorden van Jezus in 10:18 blijkt dat achter het verzet van de mensen Satan staat. De discipelen zijn dus betrokken in een strijd die boven henzelf uitstijgt. Daarom ook gebeurt het uitdrijven in de naam van Jezus.

Een bijzonder gedeelte is 10:20-24 waar we een heel persoonlijke kijk op Jezus krijgen. Hij verheugt zich intens over dat wat de discipelen hem vertellen en breekt uit in gejuich. Als je die verzen op je in laat werken dat proef je de vreugde bij Jezus. Hiertegenover staat het verdriet over de afwijzing in de steden in Galilea (10:12-16). Als de tekenen in heidense steden zoals Tyrus en Sidon gebeurd zouden zijn dan hadden die mensen wel geluisterd. We proeven de woorden van Simeon uit 2:34.

Opeens breekt een wetgeleerde het gesprek binnen met een vraag (10:25-37). Het lijkt abrupt maar de vraag en het antwoord van Jezus sluiten aan waar het in dit gedeelte over gaat. In 9:57-62 had Jezus ook al gesproken over navolging, en hier roept hij de wetgeleerde op om liefde te tonen aan God en de naaste. In de vraag van Jezus in 10:36 draait Jezus de vraag van de wetgeleerde om: Niet wie is mijn naaste, maar wie is de naaste van de mens in nood? Wie heeft de hulpbehoevende om op terug te vallen? De keuze is niet aan de discipel van Jezus om te bepalen wie wel en wie niet de naaste is.

Het afsluitende deel (10:38-42) gaat ook weer over het ontvangen van Jezus. Het gaat Jezus niet om het doen op zich, maar om het handelen dat uit het horen voortkomt. Daarom wordt Maria geprezen omdat zij zich richt op het luisteren. Martha wordt niet bekritiseerd omdat zij handelt, maar haar focus op het doen omdat het zo hoort wordt wel gecorrigeerd. Het handelen moet voortkomen vanuit de ontmoeting met Jezus en de verandering die dat bewerkt.

11:1-13. Het korte gedeelte over gebed is misleidend. De paar verzen zijn geen graadmeter voor de belangrijkheid van het gebed. Op verschillende momenten beschreef Lukas dat Jezus zich terugtrok voor gebed (5:16; 6:12; 9:18,29). Ook van Hanna wordt gezegd dat ze dag en nacht God diende door gebed en vasten (2:37). Ook in Handelingen komt heel nadrukkelijk het grote belang van het bidden naar voren. Het bidden is een katalysator voor vernieuwing en verandering.

Maar het gaat om meer dan bidden. Het verbindende thema is God als barmhartige vader. Bidden gebeurt als wij God zien als liefdevolle vader.

Een gedachte over “Jezus ontmoeten in het evangelie van Lukas (6)

  1. Veel in deze gedeelten verwijst naar gebed en barmhartigheid. In wat ik in het vorige gedeelte al tegenkwam: gebed (verticaal) leidt tot barmhartigheid (horizontaal), vind ik hier bevestiging.
    Wat we zeggen en leren leidt nog niet automatisch tot het bijbehorende gedrag. De discipelen willen de mensen in het ene Samaritaanse dorp doen omkomen vanwege hun ongastvrijheid/haat, denkend aan 2 Kon.1, maar Jezus corrigeert hun onbarmhartige houding (9; 55). De wetgeleerde die heel goed weet waar het om draait (10:28) heeft het nodig van Jezus te horen dat hij dan ook naar zijn kennis moet handelen. Maar ook omgekeerd kan het voorkomen: Marta werkt gedienstig in huis, maar zoekt niet eerst haar basis in contact met Jezus (10: 42) – Maria wel.
    In het gebed dat Jezus de discipelen leert, en in de toelichting die Hij met voorbeelden daarop geeft, blijkt dat een liefdevolle houding die de Heilige Geest (hier weer na relatief lange tijd ter sprake) ons geeft van God gebeden moet worden: wij zullen niet zomaar uit eigen kracht alle mensen om ons heen barmhartig tegemoet gaan.
    Het komt mij sterk voor, nu na ruim tien hoofdstukken te hebben gelezen, dat Lucas de leer van Jezus wil presenteren als een leer van barmhartigheid (dit woord wordt ook nu weer genoemd!: 10:37), welke alleen door God aangestuurd kan worden; misschien komen mensen op eigen houtje een eind, maar nooit zo ver als Jezus vraagt. Vrijwillig gebed daartoe is wat Jezus van ons vraagt.
    Jezus vraagt voorgaande dingen niet van slechts enkele discipelen maar van alle. Ik denk dat naarmate in een gemeente deze basishouding meer en meer postvat we onze blik zullen verruimen naar andere mensen dan die waarmee we vertrouwd zijn om te gaan…

    Voor mij weer een eye-opener om niet in mijn vertrouwde kringetjes automatisch op te gaan, maar om me heen te kijken wie buiten blijven en niet gezien of geacht worden.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s