7. Wij geven de hoop nooit op

Worden wie wij zijn. Wij zijn met elkaar de kerk. De kerk is geen gebouw, geen organisatie maar een groep mensen. Mensen met een opdracht, mensen met idealen. Ons handelen zal niet altijd goed zijn, maar we hebben een vurig verlangen om de gemeenschap te worden die Jezus zegt dat we zijn. Om dit verlangen in ons aan te wakkeren en richting te geven aan ons handelen leggen we in negen omschrijvingen van onze kerk getuigenis af van wat God doet onder de navolgers van Jezus Christus. Deze omschrijvingen worden steeds in een kort artikel nader uitgewerkt.

Wij zijn een gemeenschap van hoop. Verandering en verbetering zijn vaak moeizaam en de processen duren lang. We houden vol omdat wij God verwachten. Hij kan onverwachte wendingen bewerken in de kleine en grote dingen van het leven.

Verandering en vernieuwing zijn vaak moeizaam en de processen duren lang. Het Oude Testament vertelt over de lange weg van Israël. Al vanaf Abraham had God dit volk uitgekozen om een instrument van zegen te zijn, echter het lukte het volk maar niet om die rol te vervullen. Vele eeuwen na het sluiten van het verbond tussen God en het volk moest Israël erkennen dat zij in haar taak gefaald had: De tempel, symbool van Gods aanwezigheid onder zijn volk, was verwoest en het volk verbannen naar een ander land. Toch was dit niet het einde! De profeet Ezechiël ontving tijdens de Babylonische ballingschap het beeld van dorre doodsbeenderen, symbool voor de vervlogen hoop, die tot leven komen (Ezechiël 37), en God sprak tot het volk: “Ik zal jullie een nieuw hart en een nieuwe geest geven… ik zal jullie mijn geest geven en zorgen dat jullie volgens mijn wetten leven en mijn regels in acht nemen” (36:26-27). In een visioen zag Ezechiël een nieuwe tempel van waaruit water stroomt dat tot een rivier aanzwelt die leven geeft en het land weer vruchtbaar maakt (47:1-12). Ook toen het volk gefaald had, gaf God het niet op maar bood hoop door ingrijpende vernieuwing aan te kondigen.

Het patroon dat wij in het Oude Testament zien, is dat God het volk de consequenties van haar eigen daden laat voelen, maar steeds nieuwe initiateven onderneemt, zodat het menselijk falen niet het laatste woord heeft. Jesaja gebruikt zelfs het woord herscheppen: God schept een nieuwe hemel en een nieuwe aarde en dan zal er alleen maar blijdschap zijn; God herschept Jeruzalem en schenkt haar bevolking vreugde (Jesaja 65:17-18). Zonder ingrijpen van God zal het volk niet slagen om die vernieuwing van zichzelf en van de schepping tot stand te brengen. Ook al is vernieuwing een lang en moeizaam proces, nergens in de geschiedenis met zijn volk zegt God dat het over en uit is. Er is steeds hoop op vernieuwing en herstel. Paulus zegt zelfs dat de afwijzing van het volk door God gebruikt wordt ten gunste van zijn plan om alle volken te bereiken (Romeinen 11:28).

De komst van Jezus Christus en de uitstorting van de heilige Geest kunnen we tegen de achtergrond van het Oude Testament zien als het beslissende ingrijpen van God in het herstel van de schepping, dat afgerond zal worden met de wederkomst van Christus. Door kruis en opstanding zijn de machten en krachten overwonnen die de mensen steeds hebben belemmerd in het doen wat God van hen vraagt. En door de heilige Geest kunnen gelovigen het winnen van deze negatieve en inperkende krachten in hun persoonlijk leven en kunnen zij gezamenlijk destructieve structuren in de samenleving veranderen. De beelden die het Nieuwe Testament gebruikt om de verandering door de komst van Christus te omschrijven zijn veelzeggend: God heeft ons, die dood waren door onze zonden, levend gemaakt (Efeziërs 2:5); Wij waren slaven van de zonde, maar zijn bevrijd en stellen ons nu in dienst van gerechtigheid (Romeinen 6:16-18); De zelfgerichte hartstochten van de eigen wil maken plaats voor de vrucht van de Geest die op anderen is gericht (Galaten 5:16-24).

Wel wordt in het Nieuwe Testament een belangrijk voorbehoud gemaakt. Dit geschenk van de Geest die nieuw leven schept, is een voorschot van een volledige vernieuwing die nog in de toekomst ligt (Romeinen 8:23). In 2 Korintiërs 4:7 wordt dit geschenk vergeleken met een schat in een aarden vat dat de stralende luister van de schat inperkt. Christus is als eerste van de gestorvenen opgewekt uit de dood en wij zullen Hem volgen op de daarvoor bepaalde tijd (1 Korintiërs 15:20-28). Het nieuwe dat ons in Christus aangereikt wordt is nog niet volledig en kent nog beperkingen. Echter, dit voorbehoud is niet meer dan een aanvulling op de hoofdboodschap van vernieuwing. Verwacht dat God vernieuwing brengt  en wees je bewust van de beperkende factoren die nu nog aanwezig zijn.

Het voorbehoud helpt ons om geduld te hebben, om tegenslagen op te vangen, om rekening te houden met weerstand en strijd. Na de woorden van de aarden vat legt Paulus uit wat hij hiermee bedoelt: “We worden van alle kanten belaagd, maar raken niet in het nauw. We worden aan het twijfelen gebracht, maar raken niet vertwijfeld. We worden vervolgd, maar worden niet in de steek gelaten. We worden geveld, maar gaan niet te gronde” (2 Korintiërs 4:8-9). En ondanks de tegenstagen blijft hij vol goede moed, omdat hij weet dat alles wat gaat komen nu nog niet zichtbaar is (2 Korintiërs 5:6-8). En het is deze hoop op dat wat gaat komen die hem tot deze aansporing inspireert: “Wees standvastig en onwankelbaar en zet u altijd volledig in voor het werk van de Heer, in het besef dat door de Heer uw inspanningen nooit tevergeefs zijn” (1 Korintiërs 15:58).

God werkt al eeuwenlang aan vernieuwing. Wij hebben de zekerheid ontvangen dat eens die nieuwe hemel en aarde er zullen zijn waar Jesaja over profeteerde. Johannes omschrijft die vernieuwing als het nieuwe Jeruzalem dat uit de hemel neerdaalt (Openbaring 21:1-4), van waaruit een rivier stroomt met bomen aan weerzijden (22:1-3), net als in het visioen van Ezechiël. Dan zijn alle tranen gewist en zullen er geen rouw, jammerklacht en pijn meer zijn.

Jezus Christus is gekomen om de mensen nu al iets van dat komende heil te laten ervaren, als een voorproefje. De heilige Geest is uitgestort om mensen in hun persoonlijke en gemeenschappelijke leven nu al te vernieuwen ter voorbereiding op dat wat gaat komen. De heilige Geest werkt gestaag in de wereld en in mensen. In dit proces van vernieuwing kan de Geest soms door een bijzonder moment of een plotselinge wending voor een stroomversnelling zorgen. John Wesley zei daarover dat God een heel ontwikkelingsproces tot één moment kan inkorten, waarmee hij de bijzondere aanrakingen van de heilige Geest bedoelde, die omschreven worden als volkomen heiligmaking of doop of vervulling met de heilige Geest.

De kerk van Jezus Christus is geroepen om deze hoopvolle boodschap in alles wat zij doet te reflecteren. Zij heeft de taak mensen op te roepen om God te verwachten. Wie zich opent voor God wordt meegenomen in Gods veelzijdige vernieuwingsbeweging en uitgenodigd open te staan voor onverwachte wendingen die de heilige Geest in de grote en kleine dingen van het leven kan bewerken. God verwachten betekent dat we de hoop op vernieuwing nooit opgeven.  

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s